Geschiedenis van Venlo

De geschiedenis van Venlo gaat terug tot in de Oudheid. Al ver voordat de Romeinen deze regio aan hun macht onderwierpen, leefden er al Germaanse, en zelfs Keltische stammen in dit gebied. Rivierenkaart omgeving Venlo circa 1850 met de vestingwerken

Oudste geschiedenis

Prehistorie en Oudheid De eerste bewoners, althans van wie sporen zijn gevonden, waren boeren uit de bronstijd en vroege ijzertijd, zoals verscheidene grafheuvels getuigen. De best onderzochte bevinden zich in het Jammerdal, dicht bij de Duitse grens. In de eeuwen voor de jaartelling werd het gebied van Venlo bewoond door de Kelten. Toen de Romeinen hun invloed tot deze streken uitbreidden berichtten dezen dat hier de stam van de Eburonen woonde. Door hun hardnekkige verzet tegen de Romeinen werden deze voor het grootste gedeelte uitgeroeid waarna Germanen uit de omgeving van de Rijn op uitnodiging van de Romeinse bezetters hun plaats innamen. Aan de Maas werd een soort politiepost gevestigd: Blariacum, het huidige Blerick. De naam Blariacum is zelfs aangegeven op de bekende Romeinse wegenkaart de Peutinger kaart. Aan de andere kant van de Maas vestigden zich geleidelijk ook Romeinse kolonisten, waarschijnlijk veteranen uit de legioenplaatsen aan de Rijn, en geromaniseerde autochtonen. Dit werd het begin van Venlo, maar werd, volgens diezelfde Peutinger kaart, hoogstwaarschijnlijk Sablones genoemd. Hoewel de plaats duidelijk aan de Maas ligt, wordt vaak ook het dorp Kaldenkirchen als huidige plaats genoemd. Venlo is aldus sinds de Romeinse tijd bewoond. Dit is recentelijk aangetoond door opgravingen langs de maasboulevard. Waarschijnlijk is de bewoning sindsdien min of meer continu gebleven wegens de belangrijke kruising van de wegen vanuit het zuidelijke Gallië naar Noviomagus (Nijmegen) en Colonia Ulpia Traiana (Xanten). Ook was er een oversteekplaats over de Maas waar zelfs resten van een Romeinse houten brug zijn gevonden. Middeleeuwen Tijdens de chaotische Grote Volksverhuizing werd het Maasdal en ook Venlo grotendeels ontvolkt, maar toen de rust weergekeerd was nadat de Franken hun macht hadden geconsolideerd, begon de bevolking en de regionale handel zich weer langzaam te herstellen. In de bisschoppelijke archieven van Keulen wordt Venlo in de 8e eeuw alweer genoemd als een centrum van handel aan de Maas. In de periode van 879-884 plunderden de Noormannen deze regio, en tot nu toe is hiervan slechts een enkel spoor gevonden. Het gaat hierbij om een ijzeren strijdbijl, die is ingelegd met koper en zilver. Datering wijst op een periode in de 9e eeuw. Na een tentoonstelling in 1959 en 1960 in het Fries Museum en het Gemeentemuseum Den Haag is de bijl spoorloos verdwenen.

Stadhuis van Venlo, gebouwd in 1597 op fundamenten uit 1300

In de Middeleeuwen was Venlo een van de belangrijkste stapelplaatsen aan de Maas, die behoorde tot het Gelderse Overkwartier en die lid was van de Hanze. De stad beschikte door de ligging van het eiland De Weerd over een veilige natuurlijke haven. Aangezien Venlo in een omslagpunt lag, waar een verschil in stroomsnelheid zich voordeed, en een belangrijk verschil in diepte van de Maas, moest hier veelvuldig worden overgeladen. De plaats was het centrum van de linnennijverheid. Hoewel de plaats al in 1290 vele kenmerken van een stad had, met een aantal belangrijke rechten zoals het stapelrecht en tolrecht, verleende hertog Reinald II van Gelre pas in 1343 stadsrechten aan Venlo, zodat de bewoners o.a. een stadsmuur mochten bouwen. Er werd rechtstreeks handel gedreven via de Maas met vooral Luik, Maastricht, Roermond en Nijmegen. Maar ook met het Graafschap Holland (met name Dordrecht) werd veel handel gedreven, getuige de vele akten en documenten over verlading op zogenaamde “Nederlandse scippe”. Via verschillende landwegen werd ook intensief gehandeld met het Duitse achterland, onder meer met Keulen, waar heden nog een Venloër Straße (Venlose Weg) is.

Nieuwe Tijd

Venlo in 1649 door J. Blaeu

Het Hertogdom Gelre kwam als laatste gewest bij de val van Venlo in 1543 de facto, en bij het Tractaat van Venlo de jure in handen van keizer Karel V, die het met de rest van zijn Nederlandse bezittingen verenigde. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd geregeld slag geleverd om de stad. Maurits van Oranje liep echter tot tweemaal toe stuk op de stad, namelijk in 1593 en in 1597 (Verraad van Venlo). De Vrede van Münster wees in 1648 het Overkwartier en daarmee Venlo toe aan Spanje. Juist in deze periode waren er (na de Middeleeuwen) weer pestepidemieën in Venlo, namelijk in 1598/99, 1615 en 1623 die de bevolking decimeerde. Ook economisch leed de stad onder rivierblokkades (onder andere 1625-1629) of door nieuwe tolheffingen langs de Maas (1713-1750) waardoor de handel grotendeels stil viel. Relatief was de periode 1650-1700 de gezondste en rustigste periode, waarin veel gebouwd werd (onder andere het raadhuis) en de bevolking toenam. In de 17e eeuw was Venlo afwisselend Spaans en Staats bezit. De Spaanse Successieoorlog leidde vervolgens tot het Barrièretractaat, waarbij het Overkwartier tijdens de Vrede van Utrecht 1713 werd opgedeeld tussen Pruisen, Oostenrijk en de Nederlandse Republiek. De stad werd onderdeel van de Republiek en kwam te liggen in het het generaliteitsland Staats-Opper-Gelre. Heel Staats-Oppergelre werd in 1795 door het Franse revolutionaire leger veroverd. Gedurende deze Franse tijd werd de Venlose sociale, bestuurlijke en maatschappelijke structuur grondig op zijn kop gezet door de nieuwe revolutionaire machthebbers: onder andere het middeleeuwse feodale staatsbestel werd afgeschaft en vervangen door een burgerlijk bestuur. Dit was trouwens in alle landen het geval die door hen en iets later Napoleon veroverd werden. Na het definitieve vertrek van de Fransen in 1814 werd het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden gevormd, maar veel Franse vernieuwingen bleven gehandhaafd. De Fransen hadden reeds de vele versnipperde Limburgse gebieden samengevoegd tot het Département de la Meuse-Inférieure (Departement van de Nedermaas of Beneden-Maas). Venlo ging tot de nieuwgevormde provincie Limburg behoren, die voor een groot deel samenviel met het door de Fransen gevormde departement, vermeerderd met wat kleinere annexaties van het Departement van de Roer en van het voormalige Hertogdom Gulik. Na de Belgische opstand in 1830 werd Limburg in 1839 gesplitst in Belgisch Limburg en Nederlands Limburg. Anders dan de rest van het gebied, dat omschreven kan worden als het huidige Limburg, werd Venlo (evenals Maastricht) geen lid van de Duitse Bond. Economisch leed de stad onder de afsluiting van de Maas van 1830 tot in 1833.

Moderne geschiedenis

19e eeuw Venlo was al sinds de Middeleeuwen een vestingstad. In de 17e en 18e eeuw werden de vestingwerken om de stad nog flink uitgebreid met grachten en wallen. In de stad verrees een kazerne om de vaste compagnie soldaten die de vestingwerken moesten bewaken te huisvesten. In oorlogstijd werden er van elders meer soldaten voor de verdediging van de wallen de stad ingebracht die dan bij de burgers werden ingekwartierd. Buiten de wallen mocht niet gebouwd worden om een goed schootsveld te behouden voor de militairen. Hierdoor bleef de bevolking geconcentreerd in het steeds dichterbevolkte stadscentrum dat een bepaald ongezonde omgeving was door onder andere de slechte sanitaire voorzieningen: een riool was er niet. Meer dan eens werd de stad dan ook het slachtoffer van tyfus en cholera. Midden 19e eeuw verloren vestingsteden hun militaire nut en tenslotte werd door de regering besloten om de (in onderhoud dure) stadswallen van veel vestingsteden te slechten. Ook Venlo mocht in 1867 de wallen slopen en omringende grachten dempen en kon daarna beginnen met uitbreiding van de bebouwing. Dit was hard nodig om het overbevolkte stadscentrum te ontlasten. Ook kon Venlo eindelijk beginnen met de aanleg van een fatsoenlijke infrastructuur. Hierna maakte de stad een stormachtige groei door. Aan de uitvalswegen verrezen nieuwe huizenrijen in veelal de modieuze Jugendstil en de neogotiek van rond 1900. Tweede Wereldoorlog Op 9 november 1939 vond in Venlo het Venlo-incident plaats. Twee Engelse spionnen werden vanaf Nederlands grondgebied bij de grensovergang Venlo-Herongen ontvoerd naar Nazi-Duitsland door een Duits overvalcommando. In een kort vuurgevecht werd Lt. Klop, de Nederlandse waarnemer, gedood. Hitler gebruikte het Venlo-incident mede als excuus om de Duitse inval in mei 1940 in Nederland te rechtvaardigen: de betrokkenheid van een Nederlandse officier bij dit grensincident zou naar zijn mening het bewijs zijn dat Nederland niet neutraal was. Met de Duitse inval begon voor Venlo de Tweede Wereldoorlog. Op de allereerste oorlogsdag vielen in Venlo ook al de eerste slachtoffers: Duitse soldaten die de Maas overstaken en daarbij onder vuur kwamen van bunkers aan de west-oever. Ook onder de Nederlandse soldaten in deze bunkers waren op deze dag verschillende gesneuvelden. Direct na de inval in 1940 legden 15.000 dwangarbeiders op last van de Duitsers een groot militair vliegveld aan ten oosten van Venlo. De aanleg werd voornamelijk uitgevoerd door Nederlandse aannemers en duizenden Nederlandse arbeiders, die in Venlo en de omgeving werden ingekwartierd. Dit Fliegerhorst Venlo was een groot complex en besloeg bijna 1800 hectare. Kilometers lange taxibanen verbonden ca.100 hangaars met de start- en landingsbanen. Uniek voor Europa is dat het vliegveldterrein zowel op Nederlands als op Duits grondgebied lag. Het vliegveld werd vooral gebruikt door Luftwaffe-nachtjagers, die vanuit Venlo naar schatting 400 geallieerde bommenwerpers neerhaalden. Op het grensoverschrijdende natuurterrein ten oosten van Venlo (“de Grote Heide” genaamd) resteren nog enkele gebouwen, zoals de booghangar, de commandobunker en de verkeersleidingstoren. Deze laatste kreeg in 2005 de status van rijksmonument. De Nederlands-Duitse vereniging Förderverein Ehemaliger Fliegerhorst Venlo is thans bezig om enkele overblijfselen van dit voormalige Duitse vliegveld te conserveren om ze zo te kunnen behouden. Allereerst ter nagedachtenis aan de vele slachtoffers van de luchtoorlog, maar ook om bepaalde restanten toegankelijk te maken voor bezoekers. De vereniging wordt daarin gesteund door de gemeente Venlo en enkele Duitse nabuursteden. De gemeente Venlo verloor ruim 1000 inwoners door het oorlogsgeweld, waaronder ook een groot deel van de Joodse gemeente. Anderzijds was Venlo met haar spoor- en wegverbindingen ook een belangrijke schakel in de hulp aan onderduikers en geallieerde piloten op de vlucht. Kwam de stad tot oktober 1944 redelijk ongeschonden de oorlog door, op een enkele verdwaalde vliegtuigbom na, aan het eind van de oorlog leed Venlo alsnog veel schade. Na het mislukken van operatie Market Garden bij Arnhem bleef de frontlinie 3 maanden lang langs de Maas liggen: Blerick was bevrijd terwijl Venlo nog onder het nazibewind stond. Naast de dagelijkse granaatbeschietingen over en weer brachten vooral dertien pogingen van de geallieerde luchtmacht om de strategisch belangrijke Maasbruggen te vernielen de dichtbevolkte wijken rondom de bruggen zware schade toe. Dit kostte ruim 300 burgers het leven. In de eerste maanden van 1945 werd een groot deel van Venlo geëvacueerd onder Duitse dwang. De stad werd uiteindelijk op 1 maart 1945 bevrijd door de 35e ‘Santa Fe’ divisie van het Amerikaanse leger die, evenals de Duitsers in 1940, vanuit Duitsland binnentrokken. Het grotendeels verwoeste Venlose vliegveld werd deels hersteld en als Amerikaanse luchtmachtbasis ‘Yankee 55’ gebruikt om de geallieerde Rijnoversteek mogelijk te maken. Recente geschiedenis Na de oorlog werd de schade hersteld voor zover mogelijk. Maar veel monumentale gebouwen waren zozeer vernield dat ze niet meer te redden waren. Op hun plaats kwam onder andere moderne hoogbouw. De economische functies werden weer opgepakt en uitgebreid en nu is Venlo nog altijd het regionale centrum voor de wijde omgeving. In 2012 organiseert Venlo de Floriade.

Gevechten om Venlo

Hoezeer Venlo door de eeuwen heen het toneel van krijgshandelingen is geweest, toont de volgende tabel. Soms ging dat gepaard met veel geweld, soms amper. Het jaartal wordt gevolgd door de opdrachtgever / aanvaller en het resultaat (→).

  • De Eerste Gelderse Successieoorlog
    • 1373 Johan van Broeckhuysen → mislukt
  • De Tweede Gelderse Successieoorlog
    • 1461 Hertog Arnold van Gelre → mislukt
    • 1473 Karel de Stoute → ingenomen
  • De Gelderse Onafhankelijkheidsoorlog
    • 1478 Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk → ingenomen
    • 1480 Gelderse troepen → ingenomen
    • 1480 Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk → ingenomen
    • 1499 Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk → mislukt
  • De Gelderse Oorlogen
    • 1511 Margaretha van Oostenrijk (1480-1530) → mislukt
    • 1543 Keizer Karel V → ingenomen
  • De Tachtigjarige Oorlog
    • 1572 Willem van Oranje → mislukt
    • 1579 Prins Maurits → ingenomen
    • 1586 Filips II van Spanje / Hertog van Parma → ingenomen
    • 1593 Prins Maurits → mislukt
    • 1597 Prins Maurits → mislukt
  • (Vervolg)
    • 1606 Prins Maurits → mislukt
    • 1632 Prins Frederik Hendrik → ingenomen
    • 1637 Filips IV van Spanje / Kardinaal-Infant Ferdinand van Spanje → ingenomen
    • 1646 Prins Frederik Hendrik → mislukt
  • Franse Expansie
    • 1701 Lodewijk XIV van Frankrijk → ingenomen
    • 1702 Willem III van Oranje / Hertog van Marlborough → ingenomen
  • De Bataafse Republiek
    • 1794 Napoleon Bonaparte → ingenomen
    • 1830 België → ingenomen
  • De Tweede Wereldoorlog
    • 1940 Adolf Hitler / Commandant 56e Infanteriedivisie → ingenomen
    • 1945 Koningin Wilhelmina+ President Truman / Commandant Amerikaanse 35e Infanteriedivisie → ingenomen

Archeologie

Prehistorie In het Jammerdal zijn verscheidene grafheuvels uit de brons en ijzertijd waarvan er enkele nog urnen met grafgiften bleken te bevatten. Ook zijn er her en der in de omgeving stenen werktuigen gevonden uit het neolithicum. Romeinse Tijd (1e-5e eeuw A.D.) Er zijn diverse sporen gevonden die wijzen op een handelsnederzetting met eveneens een militair karakter (wangklep van helm gevonden uit 1e eeuw). Er zijn vele losse vondsten als munten, aardewerk, een mantelspeld etc. gedaan. Er stond een rechte rij natuurstenen huizen, kenmerkend voor de Romeinse tijd, tussen de Wijngaardstraat en de Kolenstraat, evenals een groot stenen gebouw (een herberg ?), waarvan de funderingen zijn gevonden, maar ook stukken van muurschilderingen, delen van vloerverwarming en grote funderingssleuven. Ook aan de Havenkade zijn acht Romeinse huizen gevonden onder de voormalige middeleeuwse stadsmuur. Delen (grinddek) van een Romeinse weg zijn aangetroffen onder de Jodenstraat. Tenslotte zijn de paalresten gevonden van een houten brug over de Maas. Op oude kaarten is in de nabijheid de Romeinse naam Sablones overgeleverd aan de weg van Tongeren naar Xanten, waarvan tot voor kort gedacht werd dat het Kaldenkirchen (net over de grens) betrof, maar het wordt steeds waarschijnlijker dat dat wel eens de oude naam van Venlo geweest kan zijn. De naam betekent zand en op die plek lagen inderdaad toen ten noorden daarvan stuifduinen (nu heet het Kwietheuvel). Door nieuwe vondsten bij de Maasboulevard, waarover wordt verhaald in een op 16 juli 2010 gepresenteerd rapport, blijkt Venlo zelfs de oudste Romeinse nederzetting van Nederland te zijn. Naast Romeinse munten uit 19 v.Chr. zijn er ook oudere Keltische munten gevonden waarmee Romeinse soldaten werden betaald. Vroege Middeleeuwen (5e-10e eeuw) Uit deze tijd zijn graven gevonden. Ofschoon het gebied rond 880 door de Noormannen werd geplunderd zijn er tot nu toe geen (brand-)sporen of verspreid liggende lijken (zoals in Zutphen) gevonden. Late Middeleeuwen (11e-15e eeuw) Er is onlangs bij het restant stadsmuur (ontgraven in 2004) aan de Maas-zijde een rituele joodse wasplaats (mikwe) uit circa 1340 gevonden, hetgeen tevens aangeeft dat er Joden (dus handelsactiviteiten) in de vroege Middeleeuwen in Venlo woonden. De naam Jodenstraat vormde al een indicatie (zie ook de paragraaf “Nieuwe projecten” in het hoofdartikel Venlo). Bijzonder is dat het Mikwe aan één kant tegen de overblijfselen van een nog ouder pand staat. Dit gebouw, van voor de 13e eeuw, is het oudste stenen pand van middeleeuws Venlo. Waarschijnlijk betreft het een pand van de Hertog van Gelre en is het een Waaghuis of een Tolhuis. Het feit dat het Mikwe tegen dit pand aangebouwd mocht worden wijst erop dat de hertog de komst van de Joden naar Venlo actief gestimuleerd heeft. Normaliter werden Joodse gemeenschappen enkel buiten de stadsmuren getolereerd. Alleen in Amsterdam en in Venlo mochten Joden hun gemeenschap binnen de muren opbouwen. Aan de zuidzijde van de Sint-Martinuskerk heeft zich de Hertogenhof of Prinsenhof bevonden. Bij opgravingen in 1991 aan de Lohofstraat, bleek het gebouwd te zijn rond 1250 en bestond het uit twee vierkante torens die waren verbonden door een groot zaalgebouw (de afmetingen van de zaal waren 15,50 bij 11 meter). Venlo heeft een eigen stadsarcheoloog, de heer drs. M. Dolmans.

Religie

Ontstaansgeschiedenis

Rond 760 werd er, na de kerstening door St. Plechelmus (met Wiro en Otger), een kerkje gebouwd gewijd aan de Heilige Geest. Of dit de voorganger is van de St. Martinuskerk uit de 9e eeuw is niet bekend. Rond het jaar 1000 werd de Martinuskerk opnieuw gebouwd in romaanse stijl. In 1480 kreeg de kerk een toren (22,5 m) die in de wijde omtrek was te zien. In 1776 werd er een nieuwe toren (49 m) gebouwd, evenals in 1953. In 1244 stichtte het schippersgilde een kapel ter ere van hun patroon St. Nicolaas aan de daar naar vernoemde St. Nicolaasstraat. In 1339 werd de bediening van deze kapel overgenomen door de Kruisheren en werd een klooster gesticht. Naast twee kerken, kreeg Venlo ook twee gasthuizen en vier kloosters. Het eerste gasthuis werd in 1385 ten oosten van de markt het St. Jorisgasthuis gebouwd. Het gasthuis kreeg ook een gotische kapel, wat nu de St. Joriskerk is. Ongeveer 30 jaar later, in 1416, werd in het centrum van Venlo een klooster Mariaweide gesticht (aan de Nieuwstraat in het kloosterkwartier) door de ‘Augustinessen op de Weide’. Aan het eind van de 15e eeuw werd hier een kapel aan toegevoegd. Een ander klooster (Mariëndal) werd in 1418 gesticht op de plek waar nu het ‘kapelletje van Genooi’ staat. Echter werd het klooster in 1582 verwoest door de Tachtigjarige Oorlog. De zusters Annunciaten van het klooster vestigde zich sindsdien in het klooster Trans-Cedron (let. Over de Beek) (van de Cellebroeders) in het centrum van Venlo (Kleine Beekstraat in het kloosterkwartier). De zusters Annunciaten werden tijdens de Franse tijd verjaagd. Daarna hebben van oorsprong Duitse dominicanen gevlucht vanwege de Kulturkampf in het Duitse Keizerrijk er hun intrek gevonden. In 1533 was er (hoek Maasschriksel/Helschriksel) een St. Jacobsgasthuis, waartoe ook de St. Jacobskapel behoorde. Deze is echter al in 1580 buiten gebruik gesteld en liep in 1702 schade op door belegeringen. In 1614 tot 1616 werd in het centrum van Venlo het vierde klooster (Fransiscanenklooster) gebouwd. In 1617-1620 werd hieraan de Minderbroederskerk hieraan toegevoegd. De kerk is nu in gebruik als jongerenkerk. De jongerenkerk heeft haar eigen parochie. In 1631 werd op de plek waar het klooster Mariadal stond het O.L. Vrouwekapel van Genooi gebouwd ter herinnering aan het klooster. Sinds 1829 behoort de kapel toe aan de St. Martinusparochie. Komst van de protestanten De eerste protestanten kwamen in Venlo in 1530, toen de tong van predikant Jacob van Lovendael werd gebrand. De protestanten vonden vanaf 1570 hun heil in het klooster Trans-Cedron en later in de St. Nicolaaskerk. Tussen 1586 en 1590 (na belegering van de Hertog van Parma), moesten de protestanten hun heil zoeken in het Duitse Kaldenkerken. In 1632 veroverde Frederik Hendrik de stad en kregen de Hervormden de St. Joriskapel toegewezen. Na 5 jaar moesten zij hun heil op zondag weer zoeken in Kaldenkerken, vanwege de Spaanse troepen. In 1655 werden ze uit de stad verbannen. In 1702 werd de stad toegekend aan de Staten van de Republiek van Nederland en kregen de Hervormden (20 man) de St. Joriskapel weer toegewezen. De kapel werd snel te klein door de troepen van de Staat en de St. Joriskapel werd uitgebreid tot St. Joriskerk. In 1719 werd de kerk feestelijk geopend. Wegens rellen werd de Gasthuisstraat verboden gebied voor katholieken. In de Franse tijd (na 1795) gebruikten de Fransen de kerk als stal voor hun paarden, namen de kerkklok in beslag en molesteerden de banken en preekstoel. De kerkgemeente verkeerde in financiële nood en kreeg hulp van het classis van Nijmegen. Langzamerhand ging het beter, totdat de Belgische Revolutie in 1830 uitbrak. Opnieuw werd het leven van de protestanten zuur gemaakt, maar na enkele jaren hielp het stadsbestuur en de Belgische regering de protestanten en schonk hen zelfs een nieuwe kerkklok. Toch waren de protestanten blij dat de Nederlanders in 1839 Venlo weer binnentrokken. Na 1850 In 1877 werd de St. Nicolaaskerk gerestaureerd en als hulpkerk aan de H. Maartenparochie verbonden en in 1894 werd een rectoraat aan de kerk verbonden. In 1881 werd in het noorden (in de Veegtes) van Venlo het klooster Mariadal (niet te verwarren met het klooster Mariadal in Genooi) door Duitse zusters gesticht. Het klooster had een kapel en een rectoraatswoning. Kort na de eeuwwisseling in 1900 stichtte de Jezuïeten het retraitehuis ‘Manresa’ op de Leutherberg. Toen hier daarna veel huizen werden gebouwd, kwam er in 1910 een eenvoudig hulpkerkje gewijd aan de O.L.V. van Lourdes. De Fransiscanen, die in Venlo een klooster wilden stichten, namen de verzorging van de parochie op zich. Nadat er steeds meer mensen in het gebied kwamen wonen, werd daar de Don Bosco-parochie gesticht. In 1957 kreeg de parochie haar eigen kerk. Na de eeuwwisseling werd Venlo steeds groter en kwamen er diverse kerken en parochies bij. Aan het eind van de 19e eeuw kwamen er ook gereformeerden in Venlo. In tegenstelling tot de hervormden, waren er niet veel gereformeerden. Toch bouwden zij in 1911 hun eigen kerk. In Venlo-Zuid werd in 1913 de O.L. Vrouwe van Onbevlekt Ontvangen-kerk van de Onze Lieve Vrouwe-parochie in gebouwd, die in 1915 in gebruik genomen werd. In 1921 tot 1926 werd de Heilige Hart van Jezus-kerk gebouwd op de kruising van de Straelseweg en de Veldenseweg. De wijk Genooi viel officieel ook onder deze parochie, maar veel bewoners zochten heil bij de Mariakapel, die als hulpkerk fungeerde. Ook werd in 1939 net buiten het centrum een nieuwe parochie gesticht, de Heilige Familie-parochie en kreeg een eigen kerk. Na de Tweede Wereldoorlog Voormalige kapel van Mariaweide, thans Domani Na de Tweede Wereldoorlog bleek de St. Nicolaaskerk dusdanig beschadigd, dat besloten werd deze te slopen. Het rectoraat dat aan deze kerk was gebonden, werd opgeheven. Om het Heilige Hart-parochie te ontluchtten, besloot de Bisschop van Roermond dat de wijk Genooi haar eigen parochie kreeg, de St. Nicolaasparochie. Zo bleef de naam aan de stad verbonden. In 1949 werd een parochiehuis (in de volksmond De Witte Kerk genoemd) gebouwd, dat later aan de gemeente is verkocht om als sporthal te dienen. In 2001 werd het gebouw in gebruik genomen als gemeenschapshuis. In 1961 nam de St. Nicolaasparochie haar kerk in gebruik. Toon Hermanshuis De dominicanen zaten vanaf 1892 in het klooster Trans-Cedron, maar na de oorlog was dit klooster volledig vernield. De Tweede Wereldoorlog zorgde voor ook veel schade aan het klooster Mariaweide, in het centrum van Venlo. In het begin van de jaren zestig verrees een nieuw kloostercomplex in de Nieuwstraat, deels op de fundamenten van het oude Mariaweide. In 2005 waren de paters Dominicanen alweer vertrokken uit Venlo. De kapel doet sindsdien dienst als kapel van het Dominicanenklooster Mariaweide. Het klooster is in gebruik als het Toon Hermanshuis, een instantie die mensen met kanker (en hun familieleden) helpt. De bewoners van Het Ven gebruikte al jaren de kapel van het klooster Mariadal, maar ook daar groeide de bevolking. In 1956 kwamen de gemeente Venlo en het Bisdom Roermond tot de conclusie dat deze gemeenschap een eigen kerk moest krijgen. De Michaelskerk, gewijd aan St Michael, werd in 1966 in gebruik genomen. Toen in 1964 een nieuwe wijk, het Vinckenbosje, werd gebouwd (340 flatwoningen), zou er een nieuwe kerk moeten komen. Deze werd gewijd aan de Heilige Geest, net zoals de eerste kerk van Venlo. Een eerste noodkerk kwam in de hal van de St. Willibrordusschool, totdat de kerk in 1966 in gebruik kon worden genomen. In 1985 werd de kerk gesloopt en ondergebracht bij de moederparochie H. Familiekerk. Sindsdien heet de parochie ook wel de H. Familie H. Geest-parochie. In 1968 werd de enige kerk van de gereformeerden gesloopt. Zij vonden hun heil bij de hervormden in de St. Joriskerk. In 1974 zochten zij onderdak in een eigen kerk, Het Nieuwe Baken, in Blerick, maar door een fusie tussen hervormden en gereformeerden, werd het gebouw verkocht aan de Vrij Baptisten Gemeente (ook wel BijbelGemeente Venlo) en gaan de hervormden en gereformeerden als Protestantse Kerkgemeenschap Venlo verder in de St. Joriskerk. Enkele gereformeerden waren het niet eens met de samenvoeging van beide kerken en begonnen een nieuwe Gereformeerde Kerk Venlo, die bekend staat als kerkgemeenschap De Brug. Zij huurde in Blerick het parochiehuis Ons Huis van de Lambertusparochie. In 2007 verhuisde zij weer naar de Venlose zijde van de Maas. Zij vonden onderkomen in het voormalige gemeenschapshuis De Groethof in ’t Ven. Jodendom Historie Reeds in de late middeleeuwen (veertiende eeuw) had Venlo een aantal Joodse inwoners, zo getuigen verschillende bronnen en wordt bewezen door de vondst van een mikwe uit ca. 1350. Per verordening werden alle Joden in 1546 verbannen. Waar zij hun doden begroeven is niet bekend. In 1815 begon een tweede periode van de Joodse gemeenschap. Uit Duitsland afkomstige Joden vestigden zich in Venlo en vormden zo de stamvaders van de Joodse gemeenschap. Een bekende naam uit het Venlose Joodse leven is die van Leopold Wiener. Hij was muntmeester van België en vormgever van de eerste Belgische postzegels. De vader van Leopold Wiener, Marcus Wiener, was voorganger in de huissynagoge. Later kwam er een ‘echte’ synagoge aan de Helschriksel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn veel Venlose Joden omgekomen. Op de nieuwe begraafplaats zijn voor hen twee gedenktekens opgericht. De Joodse gemeenschap kon echter na oorlog nog voortbestaan als een liberaal Joodse gemeente. De synagoge was echter te ernstig beschadigd in de oorlog en in 1965 werd besloten ze te slopen. In 1975 werd de Joodse gemeente van Venlo opgeheven. Ze was te klein geworden. Sinds 1986 zijn alle Joodse gemeenten van Limburg verenigd in de NIHS-Maastricht. Oude Joodse begraafplaats Deze ligt aan het Broekhofstraat en was in gebruik van 1820 tot eind negentiende eeuw[1]. Er zijn anno 2008 acht grafstenen bewaard gebleven, waarvan de oudste van 1823. De jongste is uit 1886. De begraafplaats staat op de Rijksmonumentenlijst. Tevens is er een gedenkplaat aanwezig. De tekst hiervan luidt Geschenk van Mej. de Wed. S. Elekan-Wolff. Aan de Jsraël. Gemeente Venloo Poeriem 5662 (Poerim is een Joods feest en viel in het Joodse jaar 5662 op 23 maart 1902). De schenkster van deze gedenksteen is mevrouw Sophie Wolff (26-03-1822 – 29-01-1905), de echtgenote van Samson Elekan. Zij is begraven op de nieuwe begraafplaats. Deze begraafplaats is met een laag hekje afgesloten. De sleutel is men verloren en daarom wordt het toegestaan om over het het hekje heen te stappen. Nieuwe Joodse begraafplaats Deze ligt aan het einde van de Ganzenstraat. Het precieze jaar van inwijding is niet bekend, maar het zal eind negentiende eeuw zijn. De oudste grafsteen stamt uit het jaar 1887. Er zijn 77 graven gedolven, waarvan het laatste in 2006. De begraafplaats, die op de gemeentelijke Monumentenlijst staat, is dus nog steeds in gebruik. De begraafplaats wordt omringd door een metershoge muur. Ze is afgesloten, maar er staat bij vermeld waar een sleutel te verkrijgen is. Islam De Islam werd in Venlo geïntroduceerd met de komst van de eerste Turkse, Marokkaanse en Algerijnse gastarbeiders, in de jaren 1970. Zowel de Turken als de Marokkanen kregen na verloop van tijd elk hun eigen moskee. Turkse moskee De Turken namen een pand aan de Valuasstraat in gebruik en doopten het de Tevhid-moskee. Sinds 2004 praat de Turkse gemeenschap in Venlo over een nieuwe moskee, aangezien de oorspronkelijke locatie te klein was en geen ruimte bood voor uitbreiding. Het Venlose gemeentebestuur liet eind 2011 weten positief te staan tegenover de komst van een moskee aan de Hagerhofweg. Venlo stelde een half voetbalveld van Quick Boys ter beschikking, naast de Ruben Kogeldans Sporthal van College Den Hulster. Marokkaanse moskee De Marokkanen kregen rond dezelfde tijd als de Turken de beschikking over een pand aan de Tegelseweg in Venlo-Zuid. De naam van deze moskee is Alhouda of Al Houda. Vooral deze moskee gaat actief de dialoog aan omtrent het vreemdelingenvraagstuk. Ook houdt zij regelmatig discussie-avonden die aan de Islam zijn gerelateerd. Lees Verder [subpages]

Citeer dit artikel als: admin (2012) Geschiedenis van Venlo. Citadel Venlo. http://www.citadelvenlo.org/geschiedenis/geschiedenis-van-venlo/geschiedenis-van-venlo.htm

Gerelateerde berichten


Geef een reactie